Benodigdheden:
Voorbereiding:
Maak de vulling voor de kroketten bij voorkeur een dag of minstens enkele
uren van te voren. De vulling wordt koud verwerkt.
Bereiding:
Smelt op een middelmatige hittebron de boter
in een sauspan en voeg al roerend de bloem toe. Voeg bij kleine beetjes
tegelijk al roerend de melk toe en roer dit mengsel met een garde tot een
dikke roux die enkele minuten zachtjes moet koken zodat de bloem gaar
wordt. Haal de pan van het vuur en roer de geraspte kaas en eidooier door
de roux. Meng er vervolgens de garnalen en zout en peper naar smaak door.
Smeer een rechthoekige schaal met opstaande rand dun in met zonnebloemolie
en stort de kroketvulling in de schaal. Spreid de vulling met behulp van
de platte kant van een breed mes of een spatel uit. De laag moet zo’n 2
centimeter hoog zijn.
Dek de schaal af met folie en laat de vulling in de koelkast opstijven.
Zet drie diepe borden klaar. Doe in één bord de bloem, in het volgende de
met de theelepel zonnebloemolie losgeklopte eiwitten en in het derde bord
het paneermeel. Verhit de olie waarin de kroketten worden gebakken tot
180ºC. Snijd de vulling in 10 gelijke langwerpige stukken. Rol ze met de
handen die met bloem zijn ingewreven snel in de vorm van een kroket.
Wentel de kroketten eerst door de bloem, dan door de eiwitten en ten
slotte door het paneermeel. Bak een paar kroketten tegelijk in de hete
olie goudbruin en knapperig. Schep de kroketten met een schuimspaan uit de
pan op huishoudpapier en laat ze even uitlekken.
Frituur toefjes peterselie in de olie knapperig. Garneer de kroketten met
gefrituurde peterselie en een partje citroen.
|
Print:
|