Benodigdheden:
De gist oplossen in ½ dl lauw water. Door het
gistpapje 80 g bloem (± 10 eetlepels) roeren. Dit gistdeeg op een warme
plaats en bedekt met een vochtige doek laten rijzen tot het twee keer zo
groot is geworden.
Van de rest van de bloem 100 g achterhouden om er het deeg mee uit te
rollen. De rest (± 320 g) in een kom doen en met de melk, het zout en de
suiker tot een soepel deeg kneden. Op het laatst het gerezen gistdeeg
erdoor kneden.
Het deeg op een warme, vochtige plaats ± 15 minuten laten rijzen. Daarna
uitrollen tot een lap met een dikte van 1 cm.
De boter in dunne plakjes snijden of schaven met een kaasschaaf en hiermee
de helft van de deeglap bedekken.
Het onbelegde deel over het belegde deel vouwen en de hoeken licht
aandrukken. Het deeg een kwartslag draaien en voorzichtig uitrollen tot
een lange lap. De lap in drieën vouwen en 20 minuten op een koele plaats
laten rusten. Het deeg dan weer een kwartslag draaien, met bloem
bestrooien en uitrollen. Dit vouwen en rollen twee keer herhalen en het
deeg tussendoor laten rusten.
Na de laatste 'toer' het deeg op een koude plaats min stens 4 uur, maar
liefst 12 uur laten rusten. Het deeg daarna uitrollen tot een lap van 30
bij 40 cm en met een dikte van ½ cm. Deze lap in 3 banen van 10 cm breedte
snijden. Elke baan in 4 stukken van 10 cm snijden en deze vierkante lapjes
weer in driehoekjes. Eén van de lange puntjes van de driehoek wat oprekken
en de lapjes in de richting van die punt oprollen.
De opgerolde lapjes tot boogjes vormen en op een natgemaakte bakplaat
leggen. De boogjes laten rijzen bij een oventemperatuur van 50°C (laagste
stand) mét een bakje water in de oven. Ze dan met losgeroerd ei
bestrijken, bakje water er uit halen en de croissants in het midden van
een hete oven (250°C) in 12 minuten gaar en goudbruin bakken.
|
Print:
|